Centra

   
Kopenhagen Nederland USA  
 

 

  Centra in ontwikkeling
         
 

 

 

Wij kunnen vliegen!

Een kleermaker die in een vliegpak van de Eiffeltoren springt, een fietser die met vleugels aan zijn rijwiel een heuvel afrijdt, beiden in de volste overtuiging dat ze gingen vliegen. In de eerste aflevering van de documentaireserie ‘In Europa’ liet Geert Mak zien hoe particulieren aan het begin van de 20e eeuw het tijdperk van het vliegtuig inluidden. Het waren niet de technici van de spoorwegen, die de snellere vorm van vervoer uitvonden. Het waren amateurs en zonderlingen en uiteindelijk de gebroeders Wright, die na jarenlang aan drukpersen, fietsen en motoren te hebben gesleuteld als eersten een contrapsie in de lucht wisten te houden.

Ook nu lijkt het of de burgers eerder door hebben dat er in de politiek iets moet veranderen dan de mensen die het verouderde systeem zo goed en zo kwaad als het lukt, aan de gang houden. Bij de verkiezingen was al duidelijk waar historicus Frank Ankersmit het over heeft: de burger is in zichzelf verdeeld. Het ene moment ergert hij zich aan vliegtuiglawaai, maar als hij even later in de charter naar zijn vakantiebestemming vertrekt, vind hij Schiphol weer een zegen. Als hij in de file staat, wil hij meer asfalt, maar als hij in het bos wandelt, ergert hij zich aan het geluid van de snelweg. Hoe kan een mens dan nog een eenduidig politiek standpunt bepalen dat zich vertaalt in de keus voor één partij?

Het lijkt of we na de ontzuiling en de ontkerkelijking uit de jaren zestig nu de ontpolitisering krijgen. In de eind vorig jaar door de KRO en Trouw uitgeroepen Maand van de Spiritualiteit werd duidelijk hoe groot de behoefte van mensen in dit land is aan contact met zichzelf en met het hogere. We kunnen ons voor een groot deel niet meer vinden in de traditionele vormen en zoeken het elders. Zo is er naast de lege kerken een hele bedrijfstak ontstaan van workshopgevers, bladen, boeken en spirituele centra. Daar is geen centrale leiding die zegt wat je geloven moet. Ieder heeft z’n geestelijk leven in eigen hand genomen en zoekt uit het aanbod wat op dat moment past en de volgende stap in innerlijke groei aanreikt. In een losse omgang met de traditie worden stromingen uit oost en west gemengd tot nieuwe vormen. Het lijkt of we ons in deze tijd van alle in het verleden ontwikkelde wijsheid tegelijk willen bedienen.

Hoe zou het zijn, wanneer we ons niet bezorgd afvragen, hoe het toch moet met de continuïteit als het politieke midden aan kracht verliest, maar wanneer we die uittocht nemen als voorbode van een nieuwe vorm? Nu zien we de politiek lineair: de lijn loopt van links naar rechts met het midden keurig netjes in het midden. Soms is de linkerkant wat krachtiger, dan weer het midden. Heel overzichtelijk. De vraag is of de lineaire voorstelling van zaken nog wel adequaat is. Het klinkt mechanistisch, uit de tijd van Newton die ruim driehonderd jaar geleden stelde dat iets alleen maar in beweging komt door druk van buiten. Natuurlijk beweegt een tennisbal pas wanneer je er een flinke mep tegen geeft, maar mensen zijn geen dingen. Wij komen wonderlijk genoeg uit onszelf in beweging. Een kind wil leren lopen, leren praten en ‘zellef doen’. Een volwassene wil naar het voetbal, naar de film of naar een workshop Hawaiiaanse healing. Moderne theorieën komen met modellen, die ervan uitgaan dat alles onderdeel is van steeds grotere gehelen, die op hun beurt telkens meer zijn dan de som der delen. Een letter is deel van een woord dat aanmerkelijk meer betekenis heeft dan de letters elk los. Woorden vormen zinnen die weer meer betekenis dragen. Zo’n zin bezit als geheel kwaliteiten, die in de delen afzonderlijk niet te vinden zijn. Voetballiefhebbers kennen dat. Dat een team draait, loopt, als één man over het veld beweegt, elkaar feilloos weet te vinden en als vanzelf de omstandigheden schept waarin het winnende doelpunt gemaakt kan worden. En omgekeerd, dat een team van sterspelers met topsalarissen die hun volgens Newton toch navenant in beweging zouden moeten zetten, op het veld niets voor elkaar krijgt. In het laatste geval zijn de spelers als delen die op zich uitstekend in vorm kunnen zijn, maar in het samenspel de meerwaarde niet weten te creëren. In het eerste geval speelt ieder z’n rol in het geheel dat een eigen, hogere kwaliteit laat zien.

Terug naar de politiek. We hebben hier al een vorm van democratie ontwikkeld waar we U tegen kunnen zeggen. In tal van landen is democratie nog ‘wie wint, mag het bepalen’, terwijl onze democratie is gebaseerd op samenwerking van ogenschijnlijk soms zeer verschillende delen. Over gevoelige onderwerpen als abortus, het homo-huwelijk of euthanasie weten we met z’n allen net zo lang te praten tot er een vorm uitrolt, die recht doet aan de werkelijkheid zoals we die beleven en een breed draagvlak heeft. In veel buitenlanden kan men nauwelijks geloven dat het mogelijk is zó politiek te bedrijven. Daar kunnen we trots op zijn. En daar willen we wel meer van.

Stel je voor hoe het zou zijn, wanneer we de lineaire metafoor van de ideologische politieke verdeling zouden vervangen door die van een cirkel. Elke partij heeft een plek in die cirkel en in het midden ligt het onderwerp van gesprek. De politieke partij functioneert dan niet meer als voorvechter van belangen, maar als manier van kijken. Als perspectief. Wanneer je door de lens van de VVD naar werkgelegenheid kijkt, zie je iets anders dan door de bril van de SP of van GroenLinks. Elk standpunt is van waarde, want het geeft een grotere kijk op het complexe geheel. Niemand heeft gelijk. Of, anders gezegd, iedereen heeft deels gelijk en uit het communiceren – het gemeenschappelijk maken – van de deelblik kan iets ontstaan wat geen van de deelnemers aan het proces had kunnen bedenken. Het gesprek heeft de vorm van een dialoog. Er wordt geluisterd in het besef dat iedereen een stukje van de werkelijkheid ziet en het belangrijk is een zo compleet mogelijk beeld te krijgen. Alles mag gezegd worden, ook het politiek niet-correcte, want ook dat is deel van het geheel. Met alle verschillende observaties en interpretaties van de voorliggende kwestie loop je als het ware om het vraagstuk heen. Het vergt de bereidheid om alles te willen horen, ook wat in eerste instantie weerstand oproept. En de bereidheid om het idee op te geven dat jij of jouw partij weet hoe het moet. Daar is de werkelijkheid te complex voor geworden. Dan is het de kunst om net zolang te blijven communiceren tot de beslissing zichzelf als het ware kenbaar maakt. Tot er iets uitkomt dat vanzelfsprekend is, terwijl het tegelijkertijd volstrekt anders is dan de partijen van te voren hadden kunnen bedenken.

We kunnen het in ons land al, zo’n dialoog voeren waarin alle perspectieven aan de orde komen. Zo vindt deze onderzoekende vorm van gesprek al jaren plaats in de vele Kamercommissies waarin gespecialiseerde kamerleden met experts uit het veld beleid voorbereiden. Buiten het bereik van de camera speelt niet zozeer de partijpolitiek als wel het in nauwe samenwerking werken aan oplossingen, die meer zijn dan de som der delen. Hoe zou het zijn, wanneer de eindvergadering van zo’n commissie die een vraagstuk van alle kanten heeft bekeken en gewogen, binnen de cirkel van de partijen plaats zou vinden? In de techniek van ‘de vissenkom’ houdt de commissie dan hun vergadering met een lege stoel aan tafel, waar kamerleden op kunnen gaan zitten die een vraag hebben over of iets willen toevoegen aan wat in de vergadering wordt besproken. Wanneer ze hun inbreng hebben gegeven, gaan ze terug naar hun plek in de buitencirkel waardoor het gesprek aan tafel verder kan gaan.

Je kunt je ook voorstellen dat er nog een buitencirkel is: de publieke tribune. Het zou mooi zijn, wanneer die zoveel ruimte had dat je om de cirkel van de partijen heen zou kunnen lopen, zodat je de kwestie die voor ligt, steeds door verschillende lenzen kunt bekijken. Hoe zie ik deze kwestie, wanneer ik de Wilders in mezelf erken en hoe wanneer ik kijk via de lens van de Partij voor de Dieren, D’66 of het CDA? Zo komt het individu, dat zelf al meer is dan de som van de in hem conflicterende delen, tot z’n recht. En waarom zou er dan in de cirkel van de partijen niet ook een lege stoel kunnen staan waar mensen van de publieke tribune weer op kunnen plaatsnemen, als ze een gezichtspunt over de vraag in kwestie in te brengen hebben?

In zo’n ontdekkend proces gaat het niet over slim argumenteren om gelijk te krijgen of debatteren om te winnen. Het gaat niet om het behalen van een partijpolitiek succesje of om scoren voor het oog van de camera. Het gaat er steeds om de complexiteit van een kwestie zo goed mogelijk te doorgronden en via het kijken door de verschillende lenzen tot een tijdelijke aanpak te komen, die een weerspiegeling is van de collectieve intelligentie van het moment. Het gaat niet meer om compromis, maar om creatie. Om de verschillende stromingen en de verzamelde wijsheid tot uiting te laten komen in voor alle partijen onverwachte oplossingen. Om uitkomsten waar iedereen bij wint.

Een partij vertegenwoordigt zo een manier van kijken. Voor de verkiezingen hebben we dan geen debatten meer waarin kandidaten elkaar met argumenten om de oren slaan. Wel hebben we gesprekken waarin de lijsttrekkers naar een thema kijken, elk via hun eigen bril, en samen tot onverwachte oplossingen komen. Iedereen kan dan ook weer de partijprogramma’s lezen, omdat een partij op een A4 duidelijk kan maken welk perspectief zij voor jou in het algemene gesprek zullen vertegenwoordigen. Door te stemmen laat je als kiezer zien, wat jouw dominante manier van kijken is van het moment. Je bent je er daarbij van bewust dat het niet de enige manier van kijken is, want aan jezelf heb je al gemerkt dat je, zelfs terwijl je lekker lang onder een warme douche staat, nog kunt vinden dat het tijd is voor strenge maatregelen tegen klimaatverandering.

Basis van het gesprek is overeenstemming over de grote doelen. Een vorm van eensgezindheid zoals de drie partijleiders uitdroegen, toen ze iets meer dan een jaar geleden trots en blij het nieuwe regeerakkoord presenteerden. De andere partijen reageerden toen volstrekt voorspelbaar negatief. Dit stond er niet in! En hadden ze daar nou zo lang afgezonderd voor bij elkaar moeten zitten? Stel je toch eens voor, dat ze zich hadden aangesloten bij het samen willen werken aan groei, duurzaamheid, respect en solidariteit. Bij de grote doelen van sociale samenhang, veiligheid en stabiliteit, een innovatieve economie en een slagvaardige overheid. Stel je voor, dat de partijen die zich nu de oppositie noemen, hun energie niet hadden gestoken in afkammen en kleineren, maar in toejuichen en op een constructieve manier meedenken en aanvullen van wat was geformuleerd. Dat ze niet ‘ja, maar..’ maar ‘ja, en..’ hadden gezegd en hun manier van kijken hadden aangedragen voor een nog breder beeld van wat nu nodig is in en voor ons land. Stel je voor, dat we het woord oppositie vervangen door complement. Stel je voor wat voor creatiekracht we dan losmaken met z’n allen. We hebben met ons brede spectrum aan partijen al zo’n bijzondere democratie. Als er één land in de wereld is dat de volgende stap kan zetten in de ontwikkeling van dit model van besturen, dan zijn wij het wel. Wij kunnen vliegen!


Peter van der Vliet en Lisette Schuitemaker zijn aangesloten bij het Center for Human Emergence, dat zich inzet voor maatschappelijke innovatie door vanuit beleving individuen, organisaties en gemeenschappen te vitaliseren en te verbinden in Nederland voor de wereld.

 

 

 
Organisatie